AMSTERDAM 1963 – 1973

Ik ben geboren op 4 april 1963 in Amsterdam. Mijn ouders waren samen 100 jaar oud (mijn vader 55, mijn moeder 45). Broers of zussen heb ik niet, wel twee oudere halfzussen uit een eerder huwelijk van mijn vader. Zes weken voor mijn derde verjaardag overleed mijn vader en bleef ik alleen met mijn moeder achter in een stil en donker huis. In de jaren daarna lag ik diverse keren in het ziekenhuis. Om weer aan te sterken moest ik soms naar een kindertehuis. In totaal ben ik er vier keer geweest. In de kindertehuizen zaten veelal kinderen van gescheiden of overleden ouders, en kinderen die moeilijk opvoedbaar waren. Daardoor was de sfeer vaak naargeestig en gespannen. Spelen met andere kinderen deed ik weinig. In plaats daarvan knutselde ik met LEGO en las ik stripverhalen en kinderboeken. Door alles wat ik had meegemaakt, was ik een bang en eenzaam kind geworden. Maar door het lezen kon ik voor even vluchten uit de echte wereld en ontwikkelde ik een rijke fantasie, die mij later als schrijver goed van pas zou komen.

 

 

 

ENSCHEDE 1973 – 1986

In 1973 verhuisden we naar Enschede. Dat was flink wennen voor een Amsterdams jongetje van tien. Omdat mijn moeder ernstig ziek werd, was ik vaak bij andere mensen en woonde ik een tijdje bij een pleeggezin. Na een zware operatie van mijn moeder, in de zomer van 1975, werd ik door een boerengezin uit Overdinkel in huis genomen. Daar beleefde ik de mooiste vakantie van mijn leven. Op school was ik geen uitblinker. Ik scoorde zesjes en zeventjes, en op mijn 16e haalde ik mijn mavo-diploma. Het liefst wilde ik studeren en cameraman worden, maar door de ziekte van mijn moeder, met wie het steeds slechter ging, koos ik ervoor om naar de Marine te gaan. Daardoor hoefde ik nooit meer naar een pleeggezin als mijn moeder zou overlijden.

 

 

MARINE 1979 – 1986

Bij de Marine volgde ik de opleiding tot seiner/telexist. Ik was de jongste van mijn klas. Mijn eerste schip heette de Banckert. Het was een avontuurlijke tijd en ik kwam in veel landen. Ondertussen knapte mijn moeder langzaam op. In 1982 ging ik voor negen maanden naar Curaçao. Ik werkte bij een radiostation, ging elke dag naar het strand en haalde in vijf minuten mijn rijbewijs. Terug in Nederland werkte ik twee jaar bij een radiostation in Noordwijk aan Zee. Daarna werd ik met spoed overgeplaatst naar het schip de Jan van Brakel, dat net aan een reis van zes maanden was begonnen. Met de Jan van Brakel maakte ik nog enkele reisjes, tot ik werd overgeplaatst naar de seinpost in Den Helder. Na zeven jaar nam ik ontslag en verhuisde ik met mijn toenmalige vriendin naar Amsterdam. In 1994 en ’95 schreef ik een reeks columns over mijn marinetijd voor NRC Handelsblad. Van die columns verscheen in 1996 mijn eerste boek: Oorlogsvloot in Vredestijd.

 

 

AMSTERDAM 1986 – heden

In Amsterdam woonden we een halfjaar in de Bijlmer en negen jaar in Holendracht.. Omdat ik slechts een mavo-diploma had, ging ik werken bij een beveiligingsbureau en later als verkoper van tv’s en koelkasten bij Megapool. Ondertussen was ik druk bezig met schrijven. Mijn eerste publicatie was een gedicht in Propria Cures (1988). Daarna schreef nog een aantal gedichten en verhalen voor dat blad, en won ik de recensieprijsvraag. In 1992 overleed mijn moeder. Na 17 jaar knokken tegen een vreselijke ziekte, had ze geen kracht meer en moest ik afscheid van haar nemen. De relatie met mijn vriendin eindigde in 1995. Kort daarop ontmoette ik Jacquelien, met wie ik in 1996 trouwde. We zijn nog altijd samen en wonen in een oud Amsterdams hofje. Met het schrijven ging het steeds beter. In 1996 nam ik ontslag en besloot ik fulltime te gaan schrijven. Sindsdien publiceerde ik nog zes romans, een thriller, een detective en drie kinderboeken.